Met uitsterven bedreigd door ziektes en landroof.
In het hart van het Amazone regenwoud in Peru leven stammen die geen contact hebben met de buitenwereld.
Illegale houthakkers en internationale oliemaatschappijen dringen het gebied binnen en dragen ziektes over.
Als hier geen eind aan wordt gemaakt dan zullen ze dit niet overleven.
In het meest afgelegen gebied van het Amazone regenwoud in Peru leven naar schatting vijftien stammen geheel afgezonderd van de buitenwereld, waaronder de Cacataibo, de Isconahua, de Matsigenka, de Mashco-Piro, de Mastanahua, de Murunahua (of Chitonahua), de Nanti en de Yora. Wij noemen deze stammen ‘ongecontacteerd’, omdat contact met de buitenwereld voor hen grote gevaren met zich meebrengt.
Al deze volken worden in ernstige mate bedreigd door landroof. Als hun leefgebied hen ontnomen wordt, verliezen zij daarmee hun middelen van bestaan en, uiteindelijk, hun leven. Als er niets wordt ondernomen zullen zij waarschijnlijk compleet verdwijnen.
Ongecontacteerde stammen zijn uitermate kwetsbaar voor iedere vorm van contact met buitenstaanders, daar zij geen weerstand hebben tegen westerse ziektes.
De eigendomsrechten van deze stammen op hun grondgebied worden erkend door Conventie 169 van de International Labour Organisation, net als het recht om op het land te leven zoals zij dat zelf willen.
Deze wetten worden niet gerespecteerd door de Peruaanse regering en de bedrijven die het inheemse grondgebied binnendringen.
Uit alles wat we over deze geïsoleerd levende stammen weten blijkt dat zij er naar streven hun afgezonderde bestaan te behouden.
Bij de zeer zeldzame gelegenheden dat zij gezien worden of een ontmoeting plaatsvindt maken zij duidelijk dat ze met rust gelaten willen worden.
Het komt voor dat zij agressief reageren om hun leefgebied te beschermen, soms ook laten ze waarschuwingstekens in het woud achter om buitenstaanders weg te jagen.
Deze stammen hebben geleden onder weerzinwekkend geweld en ziektes die in het verleden door buitenstaanders zijn meegebracht. Voor velen van hen gaat dit lijden vandaag de dag nog door. Ze hebben duidelijk goede redenen om geen contact te willen.
Survival dringt er bij de Peruaanse regering op aan deze geïsoleerd levende stammen te beschermen door olie-exploratie, houtkap en andere commerciele activiteiten in hun leefgebied te verbieden.
Ook dient de regering de eigendomsrechten van deze stammen op hun land te erkennen.
Na een campagne van Survival in de jaren negentig van de vorige eeuw, in samenwerking met de lokale organisatie FENAMAD, heeft het olieconcern Mobil zich teruggetrokken uit een gebied in zuidoost-Peru dat wordt bewoond door ongecontacteerde stammen.
Help ons opkomen voor de rechten van de meest kwetsbare volken op aarde.
Oliemaatschappijen en illegale houtkap vormen de grootste bedreigingen voor de ongecontacteerde Peruaanse stammen.
Meer dan 70% van het Peruaanse Amazonegebied is door de regering verpacht aan gas- en oliemaatschappijen. Een aantal regio’s binnen dit gebied wordt bewoond door stammen die hier in volledige afzondering leven. Grote vondsten van olie en gasvelden dreigen nu de oerbossen voorgoed te veranderen.
De exploratie naar olie is met name gevaarlijk voor deze stammen omdat voorheen afgelegen gebieden hierdoor ook toegankelijk worden voor andere buitenstaanders, zoals illegale houtkappers en kolonisten. Zij maken gebruik van de wegen en paden die door de exploratieteams zijn gemaakt om het gebied binnen te komen.
In het verleden heeft olie-exploratie geleid tot gewelddadige en noodlottige contacten met de in afzondering levende stammen.
In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft exploratie door Shell geleid tot contact met de geïsoleerde Nahua stam. Binnen een paar jaar was meer dan de helft van de Nahua-stam overleden.
Tegenwoordig werken meerdere oliemaatschappijen in gebieden waar ongecontacteerde inheemse stammen leven, inclusief de leefgebieden van de Cacataibo en de Nanti.
Deze bedrijven zijn: Perenco (Barret Resources), Repsol-YPF en Petrolifera.
Intussen beschrijft Peru haar beleid naar internationale bedrijven toe als ‘open’. De regering moedigt nieuwe bedrijven actief aan in gebieden te exploreren waar de ongecontacteerde Mashco-Piro en de Isconahua leven.
De andere ernstige bedreiging wordt gevormd door de illegale houthakkers, waarvan er veel op zoek zijn naar mahonie. Dit hout staat bekend als ‘rood goud’ en brengt op de wereldmarkt een zeer hoge prijs op.
Het regenwoud van Peru is een van de laatste plaatsen op aarde waar nog exploitabele reserves van mahoniebomen te vinden zijn; dit heeft geleid tot een ‘rood-goudkoorts’ voor deze laatste bomen.
Helaas betreft dit dezelfde gebieden als waar de ongecontacteerde stammen leven, wat inhoudt dat houthakkers hun land binnendringen en dat contact bijna onvermijdelijk is.
In 1996 hebben illegale houthakkers een ontmoeting met een aantal Murunahua afgedwongen. In de daaropvolgende jaren stierf ruim vijftig procent van de Murunahua-stam, voornamelijk door verkoudheden, griep en andere luchtweginfecties.
Doordat hun leefgebied wordt overspoeld door grote aantallen houthakkers zijn ongecontacteerde stammen de grens over gevlucht naar Brazilië.
Door de jaren heen is er een grote hoeveelheid bewijsmateriaal verzameld, waaronder videobeelden, geluidsmateriaal, foto’s, gebruiksvoorwerpen, getuigenverklaringen en interviews.
Op 18 september 2007 vloog een door het Zoologische Gesellschaft Frankfurt gecharterd vliegtuig, dat onderzoek deed naar de aanwezigheid van illegale houthakkers, over een afgelegen deel van het zuid-Peruaanse regenwoud. Bij toeval ontdekten zij een groep van eenentwintig Indianen, waarschijnlijk leden van de Mashco-Piro stam, die bij de oevers van de rivier hun kamp hadden opgeslagen om te vissen.
Zes weken na deze waarneming liet president Garcia in een krantenartikel weten dat deze ongecontacteerde Indianen ‘door milieuactivisten waren verzonnen’ om te protesteren tegen olie-exploratie.
Bijna alle geïsoleerd levende stammen zijn nomaden. Ze trekken met hun familie in kleine, verspreide groepen met de seizoenen mee door het regenwoud.
In het regenseizoen, wanneer het water hoog staat, wonen de stammen − die normaliter geen kano’s gebruiken − diep in het woud, ver weg van de rivieren.
Gedurende het droge seizoen echter, wanneer het waterpeil laag is en in de bochten van de rivieren lage zandstranden ontstaan, slaan zij hier hun kampen op om te vissen.
Het droge seizoen is ook de tijd van het jaar dat de rivierschildpadden tevoorschijn komen om op de stranden hun eieren te leggen en in het zand te begraven. De schildpadeieren zijn voor de nomaden een belangrijke bron van eiwitten.
In deze tijd van het jaar bevinden de stammen zich op de stranden. Dan is de kans het grootst dat ze worden gezien door houthakkers of andere buitenstaanders, of door naburige volken.
Behalve schildpadeieren eten de stammen een verscheidenheid aan voedsel, zoals vlees, vis, bakbananen, noten, bessen, wortels en larven. Ze jagen op onder andere tapir, pekari (navelzwijn), aap en hert.
Een brief sturen naar politici en overheden is een eenvoudige en doeltreffende manier om uw zorg uit te spreken en veranderingen te bewerkstelligen.
Steun Survival International en draag rechtstreeks bij aan het verbeteren van de levensomstandigheden en de toekomstperspectieven van inheemse stammen.