De Jarawa

Een illegale weg, toerisme en stropers bedreigen het voortbestaan van de Jarawa

Tot 1998 hebben de Jarawa alle contact met buitenstaanders vermeden. Nu worden ze ernstig bedreigd. Stropers verblijven dagen achter elkaar in hun bos en de plaatselijke autoriteiten negeren een uitspraak van het Indiase hooggerechtshof om een verkeersweg door het reservaat van de Jarawa te sluiten.

In 1999 en in 2006 werden de Jarawa getroffen door de mazelen – een ziekte die wereldwijd voor het uitsterven van vele inheemse volken heeft gezorgd. Een derde epidemie zou het einde kunnen betekenen van dit volk.

Kom in actie ↓

BLIKSEM-ACTIE: STOP DE MENSENSAFARI’S! Stuur een e-mail aan de regering van India.

Een Jarawa man en jongen aan de kant van de Andaman verbindingsweg.
Een Jarawa man en jongen aan de kant van de Andaman verbindingsweg.
© Salomé

De inheemse volken op de Indiase Andamameilanden in de Golf van Bengalen stammen vermoedelijk af van de eerste migratiegolf van de moderne mens van Afrika naar Azië. Er leven verschillende volken op de eilanden: de Jarawa, de Sentinelezen, de Onge en de Groot-Andamanezen.

Nu hebben honderdduizenden kolonisten uit India zich gevestigd op de Andamaneilanden, en overtreffen ze qua inwoneraantal ruimschoots de oorspronkelijke bevolking.

De Jarawa

De Jarawa leven op de eilanden Zuid- en Midden-Andaman. Ze jagen op zwijnen en varanen (vleesetende hagedissen) en vissen met pijl en boog. Verder verzamelen ze zaden, bessen en honing. De Jarawa zijn nomaden en leven in groepen van 40 à 50 mensen. In 1998 kwamen een aantal Jarawa voor het eerst het dichte oerwoud uit om contact te maken met de Indiase kolonisten die zich inmiddels hadden gevestigd in dorpen op hun eiland.

Bedreigingen

De grootste bedreiging voor de Jarawa is de toenemende inbreuk die gemaakt wordt op hun grondgebied. Dit begon in de jaren ’70 met de aanleg van een verkeersweg door hun bosgebied. Via deze weg dringen kolonisten, stropers en houthakkers door tot de afgelegen delen van hun land.

Deze indringers vergroten de kans dat de Jarawa worden blootgesteld aan ziektes waartegen ze geen weerstand hebben. Hierdoor worden ze afhankelijk van buitenstaanders. Stropers stelen het wild en er zijn berichten dat de vrouwen van de Jarawa seksueel worden uitgebuit.

Ook het toerisme vormt een grote bedreiging voor de Jarawa. Reisorganisaties laten dagelijks bussen vol toeristen over de weg door het reservaat rijden, in de hoop een glimp op te vangen van de inheemsen. Hoewel deze ’mensensafari’s’ verboden zijn, stoppen de bussen dikwijls en proberen de toeristen de Jarawa naar zich toe te lokken.

StropersDe Jarawa hekelen stropers die hun land binnendringen. Deze groep werd gefilmd toen zij op eigen initiatief uit hun reservaat kwamen om bij de lokale ambtenaren een klacht in te dienen over de stropers.

Survival Internationals campagne voor de Jarawa

Survival International voert sinds 1993 campagne voor de Jarawa.

In 1990 kondigde de plaatstelijke overheid aan dat de nomadische Jarawa ‘gevestigd’ zouden worden in dorpen. Gedwongen vestiging had voor de andere volken op de Andameneilanden al fatale gevolgen gehad, en uit ervaringen met pas-gecontacteerde volken over de hele wereld is bekend dat zij deze inmenging van buitenaf vaak niet overleven. Survival International en andere lokale organisaties startten een internationale campagne tegen het plan en hielden vol tot het uiteindelijk werd afgeschaft.

In 2004 besloot de overheid een radicaal ander beleid te volgen. Dit zou, naar verluidt, de Jarawa in staat stellen om hun eigen beslissingen te maken en zou inmenging van buitenaf tot een minimum beperken.

Maar ondanks dit nieuwe beleid is de Jarawa-stam nog steeds een ernstig bedreigd volk. Hoewel het hooggerechtshof van India in 2002 opdracht gaf om de weg door hun grondgebied te sluiten, is dit nooit gebeurd, en vormen toerisme, stroperij en uitbuiting een steeds grotere bedreiging.

De Sentinelezen

© Indian Coastguard/Survival

De Sentinelezen bevolken het kleine eiland Noord-Sentinel, waar ze zich blijven verzetten tegen contact met iedere buitenstaander. Wie het eiland benadert wordt aangevallen. De stam kwam in het nieuws vlak na de tsunami in 2004, toen een luchtfoto werd gemaakt van een Sentinelees die pijlen afschoot op de helicopter die boven het eiland zweefde.

Net als de Jarawa houden de Sentinelezen zichzelf in leven door te jagen en voedsel te verzamelen in het oerwoud en door te vissen in de kustwateren. Ze wonen in langgerekte gemeenschapshuizen waarin meerdere haardvuren branden. Ze gebruiken vlerkprauwen (kano’s met drijvers langs de kant van de boot bevestigd) om de zee rondom hun eiland te bevaren.

Bijzonder kwetsbaar voor ziektes van buitenaf

De regering van India heeft meerdere tevergeefse pogingen gedaan om ‘vriendschappelijk’ contact tot stand te brengen met de Sentinelezen. Contact met de stam zou vrijwel zeker tragische gevolgen met zich meebrengen, want door hun isolement zijn ze bijzonder kwetsbaar voor ziektes die voor hen onbekend zijn en waartegen ze geen weerstand hebben. De regering heeft verklaard dat ze geen verdere pogingen zal ondernemen om met hen in contact te komen.

© Christian Caron – Creative Commons A-NC-SA

Omdat de kustwateren rondom de andere eilanden in sterke mate zijn overbevist, richten illegale vissers zich nu op de zee rondom Noord-Sentinel. In 2006 werden twee vissers door de Sentinelezen gedood toen ze clandestien het eiland benaderden.

Survival International dringt er bij de regering van de Andamaneilanden met klem op aan om zich strikt te houden aan haar beleid af te zien van contact met de Sentinelezen en een einde te maken aan de illegale visvangst rondom hun eiland.

De Onge

De Onge, de oorspronkelijke bewoners van het eiland Klein-Andaman, noemen zichzelf En-iregale, wat ‘volmaakt persoon’ betekent. Hun aantal nam drastisch af nadat ze in 1900 in contact waren gekomen met de Britten: hun bevolking daalde van 670 tot ongeveer 100.

De Onge leven in een reservaat waarvan de omvang nog slechts een derde is van hun oorspronkelijke gebied. Veel Indiase kolonisten zijn naar Klein-Andaman verhuisd en een groot deel van het eiland is inmiddels ontbost.

De regering van India deed een poging om de Onge te dwingen op plantages te werken in ruil voor voedsel en onderdak, maar slaagde hier niet in. Momenteel zijn de Onge voor een groot deel afhankelijk van voedselpakketten van de overheid.

Het geringe geboortecijfer van de Onge wordt nog meer onder druk gezet doordat de kolonisten op wilde zwijnen jagen. Voor de Onge is het van wezenlijk belang dat er genoeg wilde zwijnen zijn om op te jagen omdat volgens hun traditie mannen niet kunnen trouwen voor ze een mannetjeszwijn hebben gedood.

Survival International zet zich in voor bescherming van wat er overblijft van het grondgebied van de Onge.

De Groot-Andamanezen

Van de vier volken op de Andamaneilanden hebben de Groot-Andamanezen het meest te lijden gehad onder de Britse kolonialisering. Van een bevolking van 5000 mensen telt de inheemse bevolking tegenwoordig nog slechts 56.

Oorsponkelijk werd het eiland Noord-Andaman bevolkt door tien aparte stammen, waaronder de Jeru, de Bea, de Bo, de Khora en de Pucikwar. Elke stam sprak een eigen taal en bestond uit 200 tot 700 mensen. Nu er zo weinig van hen over zijn heten deze stammen gezamelijk de Groot-Andamanezen.

Last of the Bo Tribe SingsBoa Sr, the last member of the Bo tribe, who died in January 2010, sings.

De Bo kwamen als laatste van de tien stammen in contact met de Britten, vlak voor de volkstelling in 1901. Tegen deze tijd waren ze met nog slechts 48 mensen, de bevolking was massaal bezweken aan ziektes die de kolonisten naar het eiland hadden gebracht en die via de andere stammen ook de Bo hadden bereikt.

Honderden Groot-Andamanezen werden gedood tijdens pogingen hun grondgebied te verdedigen tegen de Britse kolonisten. De Britten stichtten een internaat voor de gevangen Andamanezen. In deze ‘Andaman Home’ kwam nog eens een omvangrijk deel van het volk om, door ziektes en mishandeling. Van de 150 kinderen die in het internaat werden geboren bereikte er geen één de leeftijd van twee jaar.

In 1970 werden de overgebleven Groot-Andamanezen door de Indiase overheid overgebracht naar het piepkleine Strait Island. Hier leven ze nu, volkomen afhankelijk van de overheid voor voedsel, onderdak en kleding.

Overmatig alcoholgebruik komt veel voor bij de weinige Groot-Andamanezen die dit alles overleefd hebben.

Kom in actie voor de Jarawa

Een brief sturen naar politici en overheden is een eenvoudige en doeltreffende manier om uw zorg uit te spreken en veranderingen te bewerkstelligen.

Steun Survival International en draag rechtstreeks bij aan het verbeteren van de levensomstandigheden en de toekomstperspectieven van inheemse stammen.