De Wanniyala-Aetto (‘bosmensen’) leven in het regenwoud dat ten oosten van het centrale berggebied van Sri Lanka ligt. Het vermoeden is dat de Wanniyala-Aetto al duizenden jaren in Sri Lanka leefden, voordat de nu dominerende Singalezen en Tamils arriveerden. Door anderen worden de Wanniyala-Aetto vaak aangeduid als de ‘Vedda’.
Vroeger leefden de Wanniyala-Aetto in het regenwoud. Hier kwamen ze aan voedsel door de jacht op voornamelijk herten, en wilde zwijnen, en door het verzamelen van honing, fruit en noten. Daarnaast onderhielden de Wanniyala-Aetto kleine, tijdelijke, landbouwtuinen of chena’s. Dit zijn kleine ontboste percelen in het regenwoud die worden gebruikt om graan, groenten en wortels te verbouwen.
Elke chena wordt steeds een jaar verbouwd, voordat de betreffende familie verder trekt. Elke 7 á 8 jaar wordt een chena opnieuw in gebruik genomen.
Tegenwoordig leven de Wanniyala-Aetto in dorpen aan de rand van het bos. Ze kunnen hun systeem van chena’s niet meer gebruiken. In plaats daarvan leven ze van de opbrengst van kleine permanente percelen, waarop ze veelal rijst en groenten verbouwen en vee en geiten houden. De Wanniyala-Aetto die vasthouden aan hun traditionele levensstijl en in het bos blijven jagen en verzamelen riskeren boetes en vervolging, maar toch nemen velen dit risico.
Sommige Wanniyala-Aetto werken op de plantages van Singalese kolonisten of leven van toerisme door het opvoeren van traditionele dansen of het verkopen van prullaria. Andere Wanniyala-Aetto vertrekken naar het buitenland om in het Midden-Oosten als hulp in de huishouding te werken.
In de jaren ’50 van de vorige eeuw begon de overheid van Sri Lanka land van de Wanniyala-Aetto open te stellen voor Singalese kolonisten. Het regenwoud werd gekapt, jachtgebieden werden onder water gezet en duizenden kolonisten kwamen het gebied binnen.
In 1983 werd het laatste gebied van de Wanniyala-Aetto omgedoopt tot het Nationale Park Maduru Oya. De Wanniyala-Aetto werden verdreven naar speciale dorpen. Het werd hen verboden om zonder vergunning het regenwoud te betreden.
De overgang naar een nieuw leven was zwaar en veel families hadden moeite om genoeg voedsel te verbouwen op de kleine percelen die aan hen werden toegewezen.
In deze nieuwe gemeenschappen leren kinderen nu de Singalese taal en religie; alcoholisme en psychische aandoeningen zijn er een serieus probleem.
Sinds 1998 wordt aan sommige Wanniyala-Aetto mannen het recht verleend om in een deel van hun regenwoud opnieuw te gaan jagen. Zij die dit zonder toestemming doen blijven het risico lopen op boetes of zelfs op gevangenisstraf.
In de afgelopen jaren zijn drie Wanniyala-Aetto mannen, die een jachtvergunning hadden, door parkopzichters doodgeschoten. Veel Wanniyala-Aetto willen terugkeren naar hun land in Maduru Oya.
Een brief sturen naar politici en overheden is een eenvoudige en doeltreffende manier om uw zorg uit te spreken en veranderingen te bewerkstelligen.
Met een donatie steunt u Survival bij het voeren van publicitaire of juridische steuncampagnes ten behoeve van inheemse volksstammen in nood.
Survival roep de overheid van Sri Lanka op om de rechten van de Wanniyala-Aetto te erkennen en hen toe te staan hun traditionele levenswijze te hervatten binnen de grenzen van het Nationale Park Maduru Oya.